Vertrouwen is het product van het beoordelingsproces

In het algemeen wordt er een aantal aannames gedaan over vertrouwen die minstens onnauwkeurig zijn. Barones Onora O’Neill (filosoof) verwoordt dit als volgt. Ze onderscheidt de houding, de eis en de taak van vertrouwen in onze onderlinge verhoudingen.
 
Het hedendaagse algemene houding ten aanzien van vertrouwen anno 2014 is, dat er een groot verval in vertrouwen is. De dit vereist, dat het moet worden aangepakt. We moeten naar meer vertrouwen toe in onze samenleving. De taak waar we ons voor gesteld zien is, we moeten aan het vertrouwen gaan bouwen; het nivo mag – nee, moet – omhoog. En de terechte stelling van Onora O’Neill is dat deze drie aspecten gebaseerd op een systematisch maar essentieel misverstand in de definitie van vertrouwen.
 
Als iemand en je vraagt vertrouw jij die of die? Wat is dan je antwoord?
Zeer waarschijnlijk is het antwoord dan: ‘Vertrouwen om wat te doen?’
Of een antwoord zoals: ‘Ik vertrouw sommige maar ik vertrouw andere niet.’
 
In ons praktische leven is het van belang om toe te werken naar een realistischer manier van kijken naar het vertrouwen of beoordelen van vertrouwen. In ons dagelijkse leven weten we dat het niveau van vertrouwen heel verschillend is per situatie. Lang niet iedere instantie van vertrouwen is uniform. En de grote vraag is dan ook: Waarom laten we al onze intelligentie vallen/wegvloeien, wanneer we over vertrouwen in een meer abstracte zin spreken?
 
Wat een zinvolle doelstelling is, is intelligent om te gaan met vertrouwen!
Vertrouwen is een goeie afweging maken. En daaronder valt het doel om hen die niet te vertrouwen zijn niet te vertrouwen. Meer vertrouwen op zichzelf, is beslist geen intelligent doel in dit leven.
 
Wat is in eerste instantie van belang is, is niet het vertrouwen maar is de betrouwbaarheid!
Het beoordelen hoe betrouwbaar mensen zijn in bepaalde specifieke gevallen, dat is de essentie. En om inzicht in dat beoordelingsproces te krijgen kunnen we onszelf een aantal vragen stellen;
is de ander competent op het relevante kennisdomein?
Is de persoon van de ander eerlijk?
Is de ander als persoon betrouwbaar?
Deze drie aspecten tezamen vormen de betrouwbaarheid en komen voorafgaand aan het vertrouwen.
 
Daarmee stellen we dat vertrouwen volgt op betrouwbaarheid. Het vertrouwen is het resultaat van het betrouwbaarheids-beoordelingsproces. Het vertrouwen is, als het ware de reactie die bij de ander teweeggebracht wordt omdat hij competent is, eerlijk is en betrouwbaar is. Wat we moeten beoordelen is de betrouwbaarheid. En dat is moeilijk.
 
De laatste jaren zien we een systeem van ‘meten is weten’ als instrumentarium voor dit vertrouwen: administratief bewijs van betrouwbare processen. Maar in feite gebeurt hier het tegenovergestelde: professionals worden afgeleid van hun kerntaak. We moeten veel meer hebben over betrouwbaarheid en over hoe je andere mensen adequaat, bruikbaar en eenvoudig bewijsmateriaal geeft van jou betrouwbaarheid.
 
Bron: http://www.youtube.com/watch?v=1PNX6M_dVsk